Meer weten?

DLearning Blog

Online Didactiek

Communicatie in online onderwijs

 

In dit artikel bespreken we de digitale communicatie-instrumenten binnen het online onderwijs. Welke kansen zijn er en welke uitdagingen komen we tegen?

Het meest voor de hand liggende verschil tussen het traditionele onderwijs en online onderwijs is het gebrek aan face to face communicatie. Bachtin en Osterud (2009) geven aan dat de dialoog het basisprincipe van communicatie is. Betekent dit dat ‘e-learning’ eigenlijk ‘b-learning’ is?  Moet deze communicatie ook face to face plaatsvinden? 

Mediërende hulpmiddelen

Vroeger werd leren uitgelegd als een directe verbinding tussen actie en reactie. Vygotski was van mening dat deze uitleg niet goed genoeg was in termen van onze ‘’hogere mentale vaardigheden’’  en gaf hulpmiddelen ook een rol in menselijke acties. Deze interactie tussen mensen en hulpmiddelen wordt aangeduid als ‘mediation’ (Säljö, 2006).

Op basis van Vygotskys’ gedachten over mediërende hulpmiddelen en Leontiev’s  verdere ontwikkeling ervan (Säljö, 2006), gaan we eerst kijken naar de functie van de taal. De taal is een mediërende hulpmiddel van intellectuele aard. In face-to-face communicatie zijn geen hulpmiddelen nodig en is de taal transparant (Säljö, 2001).

Als we dus verder gaan kijken en geschreven taal lezen, is het misschien niet vreemd dat het ‘makkelijker’ is om de redenering en principes achter taal te begrijpen wanneer het mondeling plaatsvindt dan bij het lezen van een tekst’, stelt Säljö (2006). Met behulp van schrift komen we in een andere dimensie – fysieke tekens, letters. Dit zijn hulpmiddelen die ontwikkeld zijn om te communiceren zonder spraak. Zowel het produceren als het begrijpen van de tekst, zorgen ervoor dat we nu twee mediërende hulpmiddelen moeten beheersen – een intellectuele en een fysieke.

Dat is nog niet voldoende, want wanneer we met behulp van een PC en diverse software-programma’s op tekst gebaseerd gesproken of geschreven taal willen communiceren, komen er een groot aantal mediërende hulpmiddelen aan te pas die we moeten beheersen. Dit heeft geleid tot nieuwe voorwaarden voor communicatie competenties volgens Erstad (2007).

  

Digitale hulpmiddelen in online onderwijs

Er zijn verschillende digitale hulpmiddelen beschikbaar voor de leergemeenschap in online onderwijs. Wenger, White en Smith (2009) hebben dergelijke instrumenten gegroepeerd op basis van drie fundamentele gebieden: synchroniciteit, identiteit en interactie.  We gaan kort in op de eerste twee, en concentreren ons vervolgens op de interactie, omdat dat in overeenstemming is met Osterud en Schwebs (2009) die vonden dat interactie essentiëel is met betrekking tot leren. ‘’Elk leerproces gaat gepaard met een interactie tussen andere deelnemers en beschikbare hulpprogramma’s” (Østerud, 2009, p 31).

 

Synchroniciteit

De mogelijkheden voor digitaal onderwijs worden vergroot door het opkomen van digitale hulpmiddelen die afstand laten verdwijnen, zowel in plaats als in tijd. Het is mogelijk om videoconferentie te gebruiken, meningen uit te wisselen op een forum, bestanden te delen en te versturen naar andere locaties en tijdzones. Digitale hulpmiddelen kunnen zowel synchroon als a-synchroon zijn. Een dergelijke indeling kan misleidend zijn omdat het daadwerkelijke gebruik anders kan zijn dan waar het eigenlijk voor bedoeld is (Wenger et al., 2009).

 

Identiteit

Digitale hulpmiddelen in het onderwijs bieden kansen in het spanningsveld tussen de lerende groep en het individu. Ze maken het mogelijk om bij een groep te horen, maar ook in meer dan één leergemeenschap (Wenger et al., 2009). Dalsgaard en Paulsen (2009) zeggen in hun theorie van de coöperatieve vrijheid dat de interactie met de leergemeenschap vrijwillig moet zijn, maar dat het wel aantrekkelijk en interessant moet zijn. Verder moeten er mogelijkheden zijn voor individuele flexibiliteit, maar stimuleert online onderwijs ook een gevoel van verbondenheid met de lerende gemeenschap.

 

Interactie

Bij dit laatste gebied van digitale hulpmiddelen in online onderwijs, ligt de focus op het proces en/of product. Om contact te hebben moet men elkaar weten te vinden (Dalsgaard & Paulsen, 2009). Er zijn digitale hulpmiddelen om partners te vinden, samen te werken, bestanden op te slaan, te delen, te organiseren en te publiceren welke goede mogelijkheden geven. (Dalsgaard & Paulsen, 2009; Wenger et al. 2009).

Samenwerking via digitale hulpmiddelen vereist interactie in de leergemeenschap. De mate van bewustwording van een andere persoon in de gemeenschap wordt gedefinieerd als een sociale aanwezigheid. Sociale aanwezigheid is de mate van verbondenheid met een online leeromgeving. De sociale aanwezigheid vergroot de interactie tussen mensen via het web (Tu & McIsaac, 2002). Tu en McIsaac (2002) vonden een aantal factoren die interactie in de online leeromgeving beïnvloeden:

  • Wanneer de afzender en ontvanger elkaar kennen, hebben ze de neiging om meer informeel te zijn en meer bereid om persoonlijke informatie te delen
  • Dominerende deelnemers kunnen een negatief effect hebben op de bereidheid van andere deelnemers om te communiceren. Dat kan resulteren in verschillende deelname binnen een synchrone discussie.
  • Vertrouwen speelt een belangrijke rol. Het opbouwen van vertrouwen duurt langer op internet.
  • Persoonlijke waardes beïnvloeden ook hoe mensen sociale verbondenheid ervaren, ook online.

Bovendien vonden zij dat ook de vaardigheid van nauwkeurig typen, het vermogen om schriftelijk te formuleren en het communiceren van gevoelens en stemmingen met behulp van symbolen van essentieel belang zijn voor de interactie in online leeromgevingen.

 

Digitale hulpmiddelen in online communicatie

Face-to-face communicatie bevat vele soorten feedback en laat deelnemers zich gedurende het gesprek aan elkaar aanpassen (Säljö, 2006). Omdat communicatie via internet deze mogelijkheid niet heeft, zijn de twee sleutelbegrippen ‘intimacy’ en ‘immediacy’, interessant om naar te kijken (Tu & McIsaac, 2002):

  • Intimacy is het resultaat van dingen zoals oogcontact, fysieke nabijheid en het onderwerp van het gesprek.  Communicatie met behulp van oogcontact, nabijheid en lichaamstaal geeft intimacy. Als deze intimacy ongemakkelijk aanvoelt, zullen de deelnemers proberen hun gedrag te veranderen om zo te zorgen voor een optimale mate van intimacy.
  • Immediacy is de psychologische afstand tussen de zender en de ontvanger van communicatie. Immediacy wordt overgebracht door middel van spraak en verbale en non-verbale signalen.

Op basis van deze uitgangspunten gaan we kijken naar de mogelijkheden en uitdagingen voor enkele digitale hulpmiddelen die in online communicatie gebruikt worden. De lijst met middelen is lang daarom concentreren we ons op een aantal hiervan.

 

Websites, blogs en wiki’s

Er zijn veel tools zoals websites, blogs en wiki tools om te publiceren (zenden). Het biedt uitstekende mogelijkheden om tekst, beeld en geluid te combineren. De ontwikkeling van een website was één van de vroegste vormen van het gebruik van internet. Blogs en wiki tools vertegenwoordigen een nieuwe generatie van digitale hulpmiddelen. Beide kunnen beschouwd worden als hybriden, omdat het beide producten zijn die ook kunnen dienen als hulpprogramma’s voor het proces (Wenger et al., 2009).

Traditioneel werden websites beschouwd als relatief statisch en a-synchroon. Blogs, die vaker updates hebben, worden nog steeds beschouwd als a-synchroon instrument. De Wiki wordt vaak gebruikt in een samenwerking, maar wordt ook nog beschouwd als a-synchroon.

Met betrekking tot identiteit is de blog het meest voor de handliggende hulpmiddel. Het wordt beschouwd als een persoonlijke uiting en het individu staat centraal. De functie van de wiki is een samenwerking tussen meerdere personen, waar elk individu zijn of haar inhoud toevoegt.

Websites kunnen op het individu gebaseerd zijn of het werk van een groep vertegenwoordigen. Websites, blogs en wiki’s nodigen uit tot geringe mate van interactie. Ze communiceren in de vorm van één-op-veel. De inhoud is ‘’opgeslagen’’ op het web en naar verwachting is dat het daar ook blijft staan.

Dalsgaard en Paulsen (2009) hebben een artikel geschreven over de transparantie in het coöperatieve online onderwijs waarin ze de voordelen zien van het publiceren als een vorm van communicatie. Ze beweren dat het werk steeds beter wordt wanneer men weet dat het gepubliceerd wordt, ook omdat men toegang heeft tot andermans werk en men daar van kan leren.  De mogelijkheid opmerkingen te kunnen maken over het eigen werk draag ook bij aan het feit dat de leerresultaten verbeteren.

 

Discussie forum en chat

Het gebruik van discussie forums en chats is geschikt voor zowel synchrone als a-synchrone communicatie. Het zijn hulpmiddelen die makkelijk te combineren zijn met andere digitale hulpmiddelen en die bijvoorbeeld websites, blogs en wiki’s verder kunnen aanvullen.

Traditioneel gezien is een discussie forum een a-synchroon hulpmiddel, maar bij de beoordeling hiervan moet men het daadwerkelijk gebruik bekijken. Discussies met gelijktijdige actieve deelnemers zullen dit als een synchrone tool ervaren. Het tegenovergestelde is ook het geval, als reacties langer uitblijven, zal het worden opgevat als a-synchrone communicatie. Daarom maak ik geen scheiding tussen het discussieforum en chat, alleen in synchroon of a-synchroon.

Forums en chats zijn individueel gebaseerd, maar het gebeurt in een groep. Iedere deelnemer vertegenwoordigt zichzelf. Maar wanneer het een ‘gesloten’ groep betreft, of een groep rondom een bepaald onderwerp, dan heeft de groep een eigen identiteit. Er gebeurt dan hetzelfde als wanneer mensen elkaar kennen en zien. De taal is dan meer casual en er is een grotere welwillendheid in termen van informatie delen (Tu & McIsaac, 2002).

Dominante deelnemers hebben misschien een negatief effect op de communicatie, zoals Tu en McIsaac (2002) schrijven. Jongens hebben volgens verschillende studies de neiging om te domineren in opdrachten en online discussies (naar Derbyshire verwezen in Carm & Ogrim, 2012). In dergelijke situaties kan de forum instelling ‘’demper’’ gebruikt worden om dominante deelnemers in de hand te houden. Aan de demper kan een tijdslimiet zitten, zodat je ervoor kunt zorgen dat de items pas zichtbaar worden wanneer deze in een keer worden gepubliceerd.

Een ongestructureerd forum is een uitdaging (Bereiter, 2003; Tu & McIsaac, 2002). Een dergelijk forum kan worden verbeterd door de instellingen van het forum die gaan over het aantal items, sorteren in categorieën of zoeken op onderwerp te gebruiken.

De interactie in het forum en de chat worden gekenmerkt door het feit dat het op tekst gebaseerd is. Dit maakt dat ook de typvaardigheden van invloed zijn op de deelnemers. Dit is meer merkbaar in de synchrone dan in de a-synchrone communicatie (Tu & McIsaac, 2002).

De typvaardigheden hebben ook invloed op schrijffouten. Schrijffouten komen vaak voor en kunnen tot misverstanden leiden (Tu & McIsaac, 2002). Hierdoor kan de ontvanger de afzender verkeerd interpreteren, bijvoorbeeld dat deze druk is, onkundig of er geen zin in heeft (Hancock & Dunham, 2001).

Het gebrek aan face-to-face communicatie kan leiden tot waardevermindering met betrekking tot intimiteit en directheid. Het gebruik van symbolen (bijv. smileys) om gevoelens en stemmingen uit te drukken, kan de op tekst gebaseerde communicatie een nieuwe dimensie geven, waardoor men dus een grotere intimiteit ervaart.

 

Samenvatting

Met de sociaal culturele kijk op leren in het achterhoofd, is het makkelijk om te bedenken dat met name de communicatie de grootste uitdaging is in termen van online onderwijs.

In online onderwijs is een bewuste keuze maken voor specifieke digitale hulpmiddelen belangrijk. Het is niet waar dat ‘e-learning’ ‘b-learning’ is. Er zijn veel goede digitale tools met verschillende specifieke kenmerken die het mogelijk maken een optimale leeromgeving te creëren voor een groot aantal leerdoelen (Wegerif & De Laat in Ludvigsen, Säljö, Rasmussen, & Lund, 2011). De uitdaging ligt bij de vraag of de docenten de benodigde vaardigheden hebben – zowel  algemene digitale vaardigheden, maar ook didactische vaardigheden met betrekking tot online onderwijs in het bijzonder. Er wordt gesteld dat het onwaarschijnlijk is dat online communicatie face-to-face communicatie kan vervangen (Tu & McIsaac, 2002). Maar ik ben het meer met Soukup (2000) eens die zegt dat we  online communicatie niet moeten zien als een gedigitaliseerde versie van onze face-to-face communicatie, maar dat we online communicatie moeten zien als een nieuwe en betekenisvolle vorm van communicatie.

 

Geschreven door Gjermund Eilki,
Directeur Norsk Nettskole en PedIT AS



Literatuurlijst

Bereiter, C., & Scardamalia, M. (2003). Learning to Work Creatively with Knowle dge E. De Corte, L. Verschaffel, N. Entwistle, & J. van Merriënboer (eds.), Unravelling Basic Components and Dimensions of Powerful Learning Environments. EARLI Advances in Learning and Instruction Series.
Carm, E., & Øgrim, L. (2012). M-learning - a potential for women's empowerment?
Dalsgaard, C., & Paulsen, M. F. (2009). Transparency in Cooperative Online Education. IRRODL, Vol 10 (No 3).
Erstad, O. (2007). Den femte grunnleggende ferdighet - noen grunnlagsproblemer. Norsk pedagogisk tidsskrift, Volum 91 , s. 43 - 55.
Hancock, J. T., & Dunham, P. J. (2001). Impression Formation in Computer - Mediated Communication Revisited: An Analysis of the Breadth and Intensity of Impressions., 28 (Communication Research), 325-347.
Ludvigsen, S. R., Säljö, R., Rasmussen , I., & Lund, A. (2011). Learning across sites. Abingdon: Routledge.
Soukup, C. (2000). Building a Theory of Multi - Media CMC: An Analysis, Critique and Integration of Computer - Mediated Communication Theory and Research. New Media & Society, 2 (4), 407 - 425. doi: 10.1177/1461444800002004002
Säljö, R. (2001). Læring i praksis : et sosiokulturelt perspektiv. Oslo: Cappelen akademisk.
Säljö, R. (2006). Læring og kulturelle redskaper. Oslo: Cappelen akademisk forl.
Tu, C. - H., & McIsaac, M. (2002). The Relation ship of Social Presence and Interaction in Online Classes. American Journal of Distance Education, 16 (3), 131-150. doi: 10.1207/s15389286ajde1603_2
Wenger, E., White, N., & Smith, J. D. (2009). Digital habitats. Portland, Or.: CPsquare.
Østerud, S. (2009). Enter. Oslo: Gyldendal akademisk

 

Dlearning

Tuinstraat 8c
5241 AA Rosmalen
+31 (0)85-1308364

© 2019, DLearning

Image

Contact

Zoeken